Twee huizen in dezelfde straat. Allebei van vóór 1945, allebei rond de honderd vierkante meter, allebei karakteristiek. Eén heeft label A na een ingrijpende renovatie, de ander staat er nog net zo bij als veertig jaar geleden: label G. Wat doet dat met de vraagprijs?
Op Buurtje.nl houden we de actuele koopmarkt bij. We hebben gekeken naar alle vooroorlogse koopwoningen die afgelopen acht maanden online stonden, vergeleken hoe ze geprijsd worden naar energielabel, en hetzelfde gedaan binnen elke provincie afzonderlijk. Het patroon is opvallend consistent. Maar voor we de cijfers laten zien: één belangrijke kanttekening die alles kleurt wat hierna komt.
Geen zuivere groene premie
Een vooroorlogs pand met label A is bijna nooit alléén goed geïsoleerd. Vrijwel altijd zit er een complete renovatie aan vast: nieuwe keuken, nieuwe badkamer, nieuwe ramen, soms een aanbouw. Het label is dus geen geïsoleerde factor in onze data, het is een goed zichtbare proxy voor "dit huis is recent grondig aangepakt". Wat je hieronder leest is in werkelijkheid het prijsverschil tussen een vooroorlogs huis dat klaar is om in te trekken en eentje waar je zelf nog flink aan moet werken. Het label maakt dat verschil zichtbaar.
Daarnaast geldt: kopers van vooroorlogse panden zoeken vaak juist de oorspronkelijke staat. Een label G met onbehandelde detaillering, oorspronkelijke ramen en authentieke vloeren is voor sommige liefhebbers méér waard, niet minder. Dat verklaart waarom het verschil bestaat, maar geen factor twee bedraagt.
De cijfers
We hebben tien provincies bekeken waar het aanbod groot genoeg was om vergelijkingen te maken (Drenthe en Flevoland hadden te weinig label A-aanbod om iets zinnigs over te zeggen). In álle tien ligt de mediane vraagprijs per vierkante meter voor een label A-woning hoger dan voor een vergelijkbare label G-woning. Geen enkele uitzondering. Het verschil loopt uiteen van rond de 10% (Gelderland en Friesland) tot ruim 36% (Groningen).
De vijf provincies met de grootste relatieve premie:
- Groningen: label A €3.846/m² versus label G €2.816/m². Verschil: €1.030/m², 37%.
- Noord-Holland: €6.466 versus €4.824. Verschil: €1.642/m², 34%.
- Limburg: €3.009 versus €2.302. Verschil: €707/m², 31%.
- Overijssel: €3.960 versus €3.039. Verschil: €921/m², 30%.
- Zeeland: €3.701 versus €2.989. Verschil: €712/m², 24%.
Voor een huis van 100 m² gaat het in Groningen om een prijsverschil van zo'n €103.000 tussen "energetisch goed" en "energetisch slecht", binnen dezelfde leeftijdscategorie. In Noord-Holland zelfs €164.000, al moet je daar het meeste afpakken voor locatie.
De laagste premies zien we in Gelderland (+10%) en Friesland (+11%). Op de exacte percentages na, zijn de verschillen verder vrij regionaal verspreid. Eén stad valt er echt uit, en die staat in geen van bovenstaande provincies.
De uitzondering: Amsterdam
In Amsterdam ligt de mediane vraagprijs van een vooroorlogse koopwoning met label A op €8.764/m². Voor een vergelijkbaar pand met label G: €8.888/m². Het label G ligt zelfs minimaal hóger, al valt dat binnen de ruis. Dat is een wereld van verschil met de rest van het land.
De verklaring is simpel: in een markt waar elke vierkante meter al richting de negenduizend euro gaat, krijgt het label nauwelijks ruimte om mee te tellen. De grondprijs en locatie domineren. Wie in Amsterdam een vooroorlogs pand koopt, koopt een buurt en een huis, niet een energielabel. Hetzelfde patroon zien we bij de panden die nét binnen het stadscentrum van Den Haag verkocht worden, al is de provincie als geheel daar wel +20%.
Waarom zit het grootste verschil juist in de regio?
De provincies met de grootste premies (Groningen, Limburg, Overijssel, Zeeland) hebben relatief lage gemiddelde m²-prijzen. De absolute renovatieprijs (nieuwe ramen, isolatie, warmtepomp, badkamer) is dezelfde als in de Randstad, maar de basisprijs van de woning is veel lager. Dus weegt diezelfde renovatie procentueel veel zwaarder mee in de uiteindelijke vraagprijs.
Anders gezegd: een label G-pand in Groningen wordt nu zonder bijzondere voorzieningen gevraagd rond de €282.000 (mediaan, 100 m²). Eenzelfde pand grondig verduurzaamd naar label A komt op zo'n €385.000. Dat verschil van ruim €100.000 is een redelijke schatting van wat kopers tegenwoordig willen betalen voor een ingrijpende verbouwing, plús de gerustheid dat ze het zelf niet meer hoeven te doen.
Wat doe je hiermee als koper of verkoper?
Bezit je een vooroorlogse woning met een laag energielabel, en twijfel je tussen "verkopen zoals het is" en "eerst verduurzamen": de cijfers laten zien dat de markt jouw renovatie waardeert. Buiten de Randstad krijg je in veel gevallen een fors deel van de investering terug. Binnen Amsterdam vrijwel niet.
Als koper geldt het omgekeerde. Wie zelf een grondige renovatie aandurft, koopt buiten de Randstad een label G of F voor flink minder dan een vergelijkbaar maar al opgeknapt pand. De prijs van die renovatie is inmiddels wel goed bekend bij verkopers, dus reken niet op een koopje, alleen op een eerlijke verdeling van het werk dat nog komt.
Wil je voor jouw eigen straat zien hoe de prijzen per energielabel uiteenlopen? Op buurtje.nl/koopwoningen filter je per buurt en label.
Bron: eigen data Buurtje.nl, vooroorlogse koopwoningen (bouwjaar voor 1945, oppervlakte 40-300 m², prijs €150.000-€1.500.000), online stand september 2025 tot mei 2026. Particuliere koopaanbod, exclusief woningcorporaties en kamerverhuur. Dezelfde woning die op meerdere websites stond, telt één keer mee. Alle vergelijkingen zijn mediane vraagprijzen per vierkante meter, niet transactieprijzen, en kunnen dus afwijken van wat uiteindelijk bij de notaris betaald wordt. Per provincie en label tussen de 40 en 519 listings.




